Actueel

TERUG NAAR OVERZICHT

Mensen hebben geen zorg nodig, maar een praktische oplossing

08-02-2019
Mensen een plek geven in een inclusieve samenleving, ook als zij sociale, psychische of psychiatrische problemen hebben. Uit de mond van voorzitter Erik Dannenberg van de adviescommissie Toekomst Beschermd Wonen klinkt het mooi, logisch en zelfs eenvoudig. Maar dat is het niet, zo bleek bij de kennisbijeenkomst Beschermd Wonen georganiseerd door AT Osborne.
Mensen hebben geen zorg nodig, maar een praktische oplossing
Een man met psychische problemen gewoon tussen de buren laten wonen in een woonwijk. Kan dat?
De buren vonden van niet, vertelt Dannenberg. De man was overdag rustig en werd door zijn buren gewaardeerd, maar ’s nachts schreeuwde en bonkte hij soms. Dat maakte kinderen bang en hield ouders wakker. De buren klaagden. Zo kon het niet langer. De woningbouwcorporatie, het wijkteam en de gemeente gingen met elkaar aan tafel zitten. De eerste reflex was om de man zorg aan te bieden. Misschien heeft hij meer begeleiding en toezicht nodig? Of is het toch beter om hem in een kliniek te plaatsen? Na overleg met de man zelf, zijn familie en zijn buren werd een aannemer gebeld. Of hij in het appartement van de man een kamer geluidsdicht kon maken. In zijn onrust ging de bewoner naar die kamer toe en kon daar bonken zonder dat zijn buren er last van hadden. Daarmee was iedereen gehol­pen. Mensen hebben vaak geen zorg nodig, maar een praktisch oplossing.’

Een aannemer die een schijnbaar zorgvraagstuk op­lost, het is even wennen voor de zorgprofessionals in de zaal. Toch is het volgens Dannenberg beteke­nisvol voor de toekomst van de zorg in Nederland, zo houdt hij zijn gehoor voor dat een groot deel van de sector vertegenwoordigt. ‘Uiteindelijk gaat de zorg werken als de brandweer. Die verwijst nooit door, als de brand groter of ingewikkelder wordt.’ Mensen in de zaal lachen. ‘De brandweer schaalt op en haalt er een expert bij, terwijl de generalist het bluswerk coördineert.’

Dat een aannemer als ‘hulpverlener’ kan optreden wordt mogelijk gemaakt door de uit 2015 stam­mende WMO. De meeste intramurale zorg uit de AWBZ is overgeheveld naar de Wlz, alleen de zorg met verblijf door RIBW’s is geland in de WMO. In het gemeentelijke domein is er veel druk op de tarieven. RIBW’s moeten als gevolg hiervan kritisch naar hun begroting kijken. Want huisvesting wordt steeds vaker niet door de gemeente betaald. RIB­W’s, die vaak langjarige huurcontracten hebben met woningcorporaties, moeten hierdoor forse gaten in de exploitatie dichten. Dat het beleid is bijgesteld waardoor voor een deel van de cliënten beschermd wonen toch mogelijk wordt op basis van een Wlz indicatie, maakt de uitdaging er voor RIBW’s niet minder om.

Herstel en vrije keuze van behandelaar moet ook in de Wlz mogelijk zijn, vindt de RIBW Alliantie
De WMO gaat uit van herstel en daarom lijkt de beperking van die herstelmogelijkheden van mensen in de Wlz een ongewenst bijeffect van het nieuwe stelsel. De RIBW Alliantie pleit voor een toegang voor de Wlz waarin herstel, perspectief, en daarmee uitstroom indien mogelijk, op de langere termijn uitgangspunt en doelstelling blijven. Dat kan een aanzuigende werking hebben waardoor mensen, op weg naar herstel, onnodig in de Wlz ‘blijven hangen’ zegt Dannenberg. De inzet vanuit WMO (huishouding, begeleiding, bescherming) en de Zvw (behandeling) kan immers combineerbaar zijn. De intensiteit van begeleiding en behandeling is dan, afhankelijk van de noodzaak, ‘traploos regel­baar’. Volgens de RIBW Alliantie moet een cliënt zijn eigen behandelaar kunnen kiezen op weg naar sociale inclusie en herstel (dit is overigens tegen het advies van het Zorginstituut die adviseert om behandeling integraal onderdeel te laten zijn van de Wlz). Dat vraagt om een fluïde overgang van Wlz naar WMO terwijl die keuze in de praktijk ‘digitaal’ is, het is het een of het ander. Dit past niet goed bij mensen met een wisselend ziektebeeld.’ Per saldo ligt de uitdaging voor partijen in een strenge doch rechtvaardige toegang tot de Wlz voor de meest kwetsbare cliënten.

Het verslag van de bijeenkomst vindt u hier